High in het Heerenhuis

Ik check nog even of alles is geregeld voordat ik de trein naar Utrecht pak: Kaarten voor A state of trance, treintickets, een feestende vriendin en als B&B dit keer niet minder dan een prachtig 19e eeuws Heerenhuis rustig gelegen in een chique wijk. Check! Laat het avontuur maar beginnen!

Wanneer mijn vriendin en ik bij het statige Heerenhuis aankomen, worden we naar de zolder verwezen. De man waarschuwt ons vriendelijk voor de steile trap en gaat ons voor. Ik snap niet helemaal wat hij bedoelt. De trap is namelijk prima te lopen, dus dat wordt drank vanavond! Maar ik had dit beter niet kunnen bedenken. De tweede trap komt me als een muur tegemoet. De treden zijn zo smal dat zelfs schuin lopen geen optie is en de trap is zo steil dat ik het woord ‘drank’ niet eens meer durf te noemen. Dit wordt kruipen naar boven en zelfs zonder drank is dit een uitdaging. ‘Lukt het?’ hoor ik de man boven roepen. Ik hou me maar wijzelijk stil en klim naar boven. Dat wordt geen A State of Trance vanavond maar eerder a dangerous state of stairs!   

Nadat we ons feestklaar hebben gemaakt en weer naar beneden zijn geabseild, fietsen we richting de Jaarbeurs. Wat is dat heerlijk om op de fiets langs de grachten het centrum te doorkruisen. Wanneer we vlakbij de Dom zijn, besluit mijn vriendin dat we daar toch echt onderdoor moeten fietsen. Ik wist niet dat dit mocht, dus grijnzend belanden we bij de prachtig verlichte Dom. De kerk blijkt zelfs open te zijn en buiten wordt ons een lichtje aangeboden. Wat bijzonder! Mijn vriendin kijkt me glunderend aan. De mogelijkheid om onder de Dom door te fietsen is al vet, maar om met een kaarsje de Dom in te gaan is helemaal magisch. En zo lopen we met elk een kaarsje de kerk binnen, waar de prachtige klanken van een koor ons al tegemoet komt terwijl we het pad van kaarsjes volgen richting het altaar. Daar aangekomen steken we in stilte onze kaarsjes aan. ‘Voor jou papa’, fluister ik tegen het vonkelende kaarsje.

Met een brok in de keel fietsen we onder de Dom door met de prachtig verstilde muziek nog in ons achterhoofd totdat andere muziek overheerst. A state of trance! Even omschakelen.

Bij de security worden we gewezen op het drugsgebruik. Nou, als er één geen drugs nodig heeft, dan ben ik het wel. De adrenaline kickt zo al in bij de eerste beat en we slapen al behoorlijk high in het Heerenhuis dus nee dank je. Gelukkig zijn ze gauw klaar met ons. We installeren onze oordopjes en we bestellen gelijk maar wat alcohol in de hoop dat ze zuinig zijn met sterke drank. Terwijl we proosten op de avond grom ik nog tegen mezelf dat ik het bij één drankje maar moet houden om heelhuids in bed te belanden. Maar bij de eerste slok weet ik al dat het een verloren zaak is. TOING! De drank is te goed hier!

En bij het betreden van de mainstage hebben de muziek en de drank al gauw gewonnen van mijn state of stairs. Wat een energie! De kippenvel staat als getatoeëerd op m’n armen en bij elke dj wordt de muziek harder, intenser en sneller. De lichten worden feller en komen steeds dichterbij en we dansen… en drinken… en springen met duizenden tegelijk… op elke beat, elke noot…

…totdat de energie echt op is. M’n schoenzolen lijken een paar centimeter dunner, ik voel me kilo’s lichter, mijn hoofd overstroomt van de Trance en zelfs de suikers van een cola werken niet meer. En dan blijkt het al 5 uur te zijn en staan we in de koude nacht onze fietsen van de uit z’n voegen trillende jaarbeurs te bevrijden, terwijl wij nog natrillen van de energie binnen.

En alsof we het al jaren doen, fietsen we weer richting ons statige 19e eeuwse Heerenhuis, door de verstilde straten van Utrecht, onder de verlichte Dom door, steeds verder verwijderd van de nog vaag herkenbare beats van Armin van Buuren, de fluitende vogels tegemoet die hun ochtendritueel al zijn begonnen.

En bij  het Heerenhuis aangekomen klimmen we als volleerde bergbeklimmers de trappen op en hijsen onszelf in bed waarna we in een diepe state of sleep vallen.

 

Van slipperkoning tot klotsconcert

“Laten we een dagje sauna in Bad Bentheim doen. Het is heerlijk ontspannen daar!”, zeg ik tegen een vriendin. Ik kan me niet veel herinneren van de eerste keer dat ik er ben geweest, maar sauna’s zijn altijd goed. Vol verwachting rijden we het parkeerterrein van het complex op en gelijk begin ik al te twijfelen aan mijn woorden. De grijswitte gebouwen komen als een ziekenhuis  op ons af en het druilerige vieze weer maakt het er niet beter op. We zetten de auto in stilte neer en pakken onze spullen. Mijn vriendin kijkt me wantrouwend aan: ‘Weet je zeker dat het hier is?’. Ik knik enigszins ongemakkelijk, terwijl we een colonne bejaarden richting de ingang volgen. Binnen is het vast beter, zit ik mezelf voor te houden.

Maar ook bij de kassa belooft het niet veel goeds. Voor ons in de rij wacht een compleet palet aan grijstinten die op hun eigen tempo inchecken. Ik begin te twijfelen of we überhaupt naar binnen mogen. Nee, we hebben geen seniorenpas en nee, we zijn hier niet om te revalideren maar komen uit vrije wil. Ik heb bijna spijt dat ik m’n haar net gekleurd heb. Anders had ik een grijs haartje kunnen showen om korting te krijgen. Maar het had niet uitgemaakt. We halen de leeftijd toch al met een complete Sara omlaag.

Nadat we ons hebben omgekleed, begeven we ons richting saunacomplex om rond te kijken. Nou ja, rond… Na drie passen links en rechts hebben we het paradijs al gehad, al slalommend tussen onze mede zweetgangers. Want één ding is duidelijk, zweten kunnen ze!

Gauw de sauna in, besluiten we. In de heerlijk geurende rozensauna is gelukkig plek. We leggen onze handdoeken neer en omringd door warmte begint eindelijk onze ontspanning. Misschien is deze plek niet eens zo heel erg, zeg ik geruststellend tegen mezelf.  Maar ik had kunnen voorspellen dat de ontspanning niet lang zou duren. Een oude man boven me deponeert ineens zijn bezwete groengele handdoek een trapje lager en gaat al krakend weer zitten. En in plaats van rustig te blijven zitten, begint hij me toch een klotsconcert te houden. Spontaan krijg ik kippenvel over mijn hele lijf. Zweten is één, maar ga daar niet mee aan de smeer! Mijn vriendin kijkt me met grote ogen aan en in no-time staan we buiten.

Wanneer we eindelijk weer wat ontspannen zijn, besluiten we om de nog net niet claustrofobische stiltesauna te nemen. Bij het openen van de deur is het een drukte van belang. Om vijf uur blijkt er een opgieting te zijn, lezen we. Over vijf minuten dus. We nestelen ons met onze fleurige handdoekjes tussen de grijze zweters en wachten af. En terwijl het langzaam voller wordt, komt ineens een heel bekende handdoek naast mij liggen. De klotsman! Ik had het al warm, maar nu breekt het zweet me helemaal uit. M’n vriendin lijkt het niet gezien te hebben en kijkt strak voor zich uit. Ik probeer rustig te blijven, want een heerlijke opgieting hebben we wel verdiend, maar dan zie ik in mijn ooghoeken Herr Klots ons van top tot teen aanstaren. NEEEEE! En terwijl ik de klok vijf uur hoor slaan, snel ik met wapperende handdoek als een superheldin de sauna uit, gevolgd door mijn vriendin. De man van de opgieting komt net aangelopen en kijkt ons verbaasd aan, terwijl we voorbij gieren. Wanneer we neerploffen op een leeg bankje, hoor ik mijn vriendin narillen: “Die man! Die man! Zag je die voeten?! Zag je die tenen?!”.

Het duurt lang voordat we weer wat op adem zijn. Na wat eten en drinken en de frisse buitenlucht te hebben opgesnoven, kiezen we voor een voetenbad. Daar kan vast niet zoveel misgaan. Bij het openen van de deur naar het saunacomplex, komt de revalidatiegeur ons alweer tegemoet. Zo te ruiken wordt hier heel hard gewerkt. Terwijl we de geur negeren, dompelen we onze jonge voetjes in het warme pierenbadje. Een man pal tegenover ons knikt ons beamend toe terwijl hij onze handelingen volgt. Wij besluiten maar te staren naar onze voeten totdat ons een oude man opvalt, die met veel te kleine slippers de sauna uitloopt. Zijn opvallend grote kalktenen steken over de rand van de slippers en raken bij elk pas de gebroken witte saunategels. Lopen kun je het eigenlijk niet noemen. Wijdbeens schuifelt hij, alsof hij z’n broek vol heeft, langs onze pierenbadjes richting z’n handdoek. En net wanneer ik besef naar welke handdoek hij loopt, komt er een jongere man ietswat verhit de sauna uit richting onze slipperkoning, om hem erop te wijzen dat die slippers van hem zijn. De man draait zich mompelend om en waggelt weer terug naar de sauna om in vergelijkbare slippers weer verder richting zijn groengele handdoek te schuifelen.

Mijn vriendin en ik kijken elkaar aan. Hij zou toch niet ook onze slippers hebben gepast?! En in dit voetenbad hebben gezeten met z’n behaarde krultenen en z’n gratis klotsconcerten?! En terwijl het voetenbadwater nog na rimpelt, staan wij al bij de uitgang.

Wij zijn genezen!

 

 

 

 

 

 

Model bij zonsopgang

De kunstenaar komt op een avond met het idee om een schilderij te maken bij zonsopgang aan de Drentsche Aa. “Malou, jij mag met mij mee als model. Zet je wekker maar om 05:30 uur”. Ik verslik me bijna in mijn espresso. Natuurlijk is het een eer om geschilderd te worden, maar om 05:30 uur ’s morgens?! Ik laat me niet kennen en geef aan dat het goed is.

En dan is het zo ver. De wekker gaat om 05:30 uur en rond 06:15 uur staan we aan de rand van het Drentsche landschap de auto leeg te halen. Als twee pakezels, bepakt en bezakt met penselen, verftubes en ander gerij dat in loodzware tassen zit, banen we ons een weg door het natte gras.

“Volg me maar, het gras is niet zo hoog hier. Het valt nog wel mee gelukkig”. Nou, dat gras valt helemaal niet mee, meneer de kunstenaar. Mijn schoenen en broekspijpen beginnen al nat te worden en het gras komt al bijna tot aan mijn heupen. “We zijn er zo”, roept hij, terwijl hij stevig doorloopt. Waar ben ik aan begonnen?! Er lijkt geen eind aan te komen. Het gras wordt met de minuut hoger en na zijn opmerking “goh, het gras was vorige week minder hoog”, voel ik het gras zelfs kriebelen onder mijn oksels. Kan ik nog terug?

Gelukkig stopt hij eindelijk aan de rand van de Drentsche Aa en kijken we uit over het prachtige landschap. De kunstenaar stalt z’n schildersspullen uit en pakt een vuilniszak uit de tas. Even ben ik bang dat dit mijn outfit wordt, maar hij meldt gelukkig dat ik hierop mag staan.

Wanneer we dan uiteindelijk klaar staan, hij achter de schildersezel met een penseel en ik stilstaand in jurk op een vuilniszak tussen het natte hoge gras, begint het lange stilstaan. Nou ja, stilstaan is een groot woord. Bibberend houd ik me zo stil mogelijk en kijk ik naar de zonnestralen. Het is behoorlijk frisjes nog in mijn korte jurk (lees: lang t-shirt).

Gelukkig begint de zon gestaag te stijgen. Ik zie de dauwdruppels op de grassprieten warmer kleuren en oplichten in het zonlicht. En zo bereiken de zonnestralen mij ook. En wanneer ik een beetje warm begin te worden van de zon, hoor ik om mij heen van alles wakker worden. Een rilling gaat door me heen: Beestjes!

Negeren, gewoon negeren die beestjes, probeer tegen mezelf te zeggen. Ik staar als een volleerd model voor me uit het landschap in. Maar negeren lukt niet. Het getsjirp, geknars, gefladder en gepiep wordt steeds luider. En dan voelt het alsof er iets tegen mijn lange benen omhoog kruipt. NEEEE!!! Met een snelle beweging pets ik het beest op de grond en sta weer als genageld. Heeft de kunstenaar het opgemerkt? Ik kijk zijn kant uit, maar hij schildert stoïcijns door.

Ondertussen begint het overal te kriebelen en zie ik ze om me heen vliegen en zoemen. Ik voel ze op mijn been, onder mijn voeten, op mijn arm, in mijn nek, bij mijn oor. OVERAL!… en ik mag niet bewegen! Straks vliegt er een beest onder mijn jurk! Malou, stop met denken.

Wanneer ook de steekvliegen wakker worden, hou ik het niet meer! Hysterisch mep ik in het rond, hinkel ik over de uiteindes van de vuilniszak en krab ik over mijn benen, armen en nek. AAAAARGH!!! De kunstenaar kijkt verschrikt op van zijn doek, terwijl een wolk vliegjes aan hem voorbij trekt en een verdwaalde hommel de penseel aan het inspecteren is. “beestjes!” kan ik alleen maar zeggen.

En alsof dit niet al genoeg ellende is, begint mijn maag ook nog eens te rommelen. Waar blijft het ontbijt en waar blijft de koffie. En dan komt het besef dat het wel heel lastig koffie zetten is aan de rand van de Drentsche Aa in het okselhoge gras. Geen koffie?! Dit komt niet goed zo.

Maar het lijkt erop dat de kunstenaar het aanvoelt. Hij grist uit één van de tassen een blauwe porseleinen koffiefilter, voegt koffie en heet water toe en een moment later ruikt het hele landschap naar verse koffie! En wanneer ook de stokbrood uit de tas komt, zetel ik me tevreden op de vuilniszak met mijn welverdiende kop koffie terwijl de beestjes aan de rand toekijken.

Bouwvakker

Ding dong! Wat?! Het is 09:00 uur ’s morgens. Denk ik nog even een paar uur uit te kunnen slapen op mijn vrije dag, ho maar… de bel!

Ik gris nog gauw mijn ochtendjas uit de kast en doe open doen. De ramenman. Of hij bij mij ramen mag vervangen. De bewoner waarvan hij de ramen zou verwisselen, was niet thuis. Nadat ik heb toegezegd, meldt hij: “kleed jij je eerst maar even aan en wil je daarna het aanrecht voor me leegmaken”. Euh, goedemorgen! Ja meneer de ramenman.

Nadat ik me heb aangekleed, vraagt hij zich af welke ramen hij moet vervangen. Voordat ik het door heb, struint hij het huis door waarbij hij in elke kamer een geur van rook achterlaat… Blech! Sommige sigarettenlucht in de ochtendgloren is niet bepaald aangenaam.

Wanneer hij weer naar buiten wil lopen om aan de slag te gaan, ziet hij mijn smerige modderige schoenen staan : “Wat voor werk doe jij wel niet eens?!”. Ik zeg: “Oh bouwvakker”. Die blik die volgt is niet te beschrijven hahaha Heerlijk om mensen af en toe een beetje te plagen. Ik laat voor de zekerheid nog even mijn spierballen zien, maar hij heeft al snel door dat ik een grap maak. ‘nee hoor, geintje’, zeg ik nog gauw, voordat hij mij straks de ramen laat plaatsen.

Wanneer hij dan eindelijk begint met de ramen, vind ik het hoogtijd voor mijn eerste verse bakje espresso. Enthousiast vul ik mijn percolator met heerlijk geurende koffie. Ik kan niet wachten! Maar wanneer ik de percolator op het vuur wil zetten, gaat het mis. Een geur van gaslucht komt me tegemoet en ook mijn aansteker begint te roken. Geweldig op de maandagochtend. De ramenman komt net op dat moment de keuken in met de opmerking ‘volgens mij doet ie het niet’. Goh, je meent het. Ondertussen zit het senseo-apparaat zit me al hoopvol aan te kijken wanneer ik hem weer eens ga gebruiken. Nou, je hebt geluk vandaag senseo!

En met het vredige getimmer en geboor op de achtergrond, de heerlijke rook- en gaslucht in de kamer, kan ik eindelijk mijn eerste bakje senseo koffie naar binnen werken. De maandag is begonnen!

Veggie twist

En zo zit ik weer eens bij de Coffee company en besluit ik voor de verandering eens een groente smoothie te nemen. Vandaag is de Veggie Twist aan de beurt. Ik vrees dat mijn maag er ook een twist van gaat maken. Veel te gezond! Het is maar goed dat ik er een tripple chocolate brownie tegenover heb om het een beetje in balans te houden.

Ik kijk naar mijn rijk gevulde glas met groene smurrie. Weet ik het wel zeker?! Mijn rietje blijft rechtop in de groene drek steken. Het zou niet eens meer verbazen nu als er een kikker uit deze groene poel zou komen, maar gelijk zegt een stemmetje in mij: ‘Malou! Doe normaal! Natuurlijk komt er geen kikker uit je groene smoothie! Stop met denken en drink dat glas leeg!’

Met een diepe zucht besluit ik te luisteren naar mijn irritante stemmetje. Ik heb nu al spijt van mijn gezonde keus. Neus dicht, ogen dicht… ik kan het! En daar stromen de vitamies en mineralen al binnen… maar niet alleen dat… gedachtes en beelden beginnen ook in razend tempo binnen te stromen. Slik!

Boerenkool shake

Broccoli-bloemkoolpuree

‘Malou! Stop met denken!’

Erwtensoep smoothie

Spinazie-zeewiersap

Kikkerdril

‘Wat?!’

Kikkerdril?! En daar gaat het mis… Ineens zie ik beelden van kikkers die veranderen in zeer aantrekkelijke prinsen. Hmmm! Wat nu als ik na het drinken van mijn veggie twist ineens mijn lege glas zie veranderen in een knappe prins, liggend over mijn laptop in de Coffee Company. Verwachtingsvol slurp ik tot het laatste spinazieblaadje mijn Veggie twist naar binnen en wacht…. op de prins… op zijn witte paard…

Waarom duurt het zo lang?… past ie niet door het glas ofzo?…Heb ik de verkeerde smoothie genomen? Ik kijk naar de kaart met groente smooties. Shit! Hij zat natuurlijk in de ‘mighty green’. Ik had het kunnen weten!… 5 minuten zijn verstreken en nog zie ik geen wit paard of prins… Zou het misschien druk zijn in de stad?! Zou de brug misschien open staan? Ik kijk hoopvol de Ebbingestraat in, maar ook daar geen teken van mijn prins en zelfs geen verdwaalde kikker te vinden.

Tien minuten later is er nog geen prins verschenen en ook het witte paard is in geen velden en wegen te bekennen. Ik staar nogmaals naar de kaart met smoothies en dan zie ik het ineens staan: ‘100% groente & fruit, 100% natuurlijk, 100% gezond. Zonder enige toevoegingen’. Dus geen kikkerdril, geen kikkers, geen wit paard….en dan komt het besef: Ook geen prins dus…

Wanneer de veggie twist uiteindelijk is uitgeraasd in mijn hoofd, zie ik dat een leeg wit koffiekopje me al geruime tijd aanstaart. Koffie! Gelukkig is er altijd nog koffie! En vol nieuwe energie bestel ik mijn welverdiende espresso…. hmmm met worteltjestaart!

 

 

fris en fruitig

Al een paar minuten staar ik door het raam van de Coffee Company naar buiten en dan ineens zie ik hem zitten op de rand van mijn laptop. Nee, niet weer! Een fruitvliegje staart me met grote ogen aan en blijft rustig zitten terwijl ik hem observeer.

Waarom heb ik altijd, maar dan ook echt altijd fruitvliegjes om mij heen! Thuis praat ik al tegen ze, omdat ze niet meer weg te denken zijn uit mijn huis. Maar blijkbaar is dat niet genoeg en volgen ze me op alle plekken waar ik zit. Waarom ik?! Ik heb ze niks misdaan toch? Nou ja… op van die anti-fruitvlieg bakjes na waar menig vriendje al in is verdwenen, maar dat nemen ze me toch niet kwalijk hoop ik?!

Of ben ik zo’n fruitig typetje waar ze massaal op vallen? Oke, ik ben zo vol als een potje met peren na die voortreffelijke citroencake, maar ik kan verder nog geen overtuigende verklaringen vinden waarom ze juist voor mij kiezen. Ik heb geen appelwangetjes, geen zachte perzikenhuid, zit niet met gebakken peren en heb geen appeltjes te schillen met mensen, maar blijkbaar ziet een fruitvlieg dat anders. Ik moet ook geen appels met peren gaan vergelijken natuurlijk.

Ik besluit dat ik ‘em stiekem peer in de hoop dat ik weer een fruitvliegje minder heb, maar ik weet nu al dat het kansloos is. Als ik de volgende keer weer hier mijn laptop openklap, weet ik zeker dat hij mij weer fris en fruitig begroet en me vanaf het randje van de laptop nu met al zijn vriendjes aanstaart. Ach, laat ik het maar als compliment zien: dit is de keerzijde van een fris en fruitig typetje zijn.

A state of Coffee

Het is druk in de Coffee Company. Ik heb nog net het laatste plaatsje aan het raam weten te bemachtigen en begin aan mijn koffieritueel. Dit keer geen doordeweekse ochtend waarin je de verse koffiebonen hoort rammelen en waarbij de loungemuziek ook echt fijne achtergrondmuziek is. Nee, het is zo’n zaterdagmiddag waarbij het lijkt dat heel Groningen bij de Coffee Company zit.  Krassende stoelen, rinkelende kopjes, oververhitte koffiemachines en bovenal een irritante basmelodie die overal doorheen klinkt en die vooral niet te negeren valt. En wat helemaal irritant is, is dat het aldoor dezelfde beat lijkt. Fijn zo’n zaterdagmiddag. Moet ik vaker doen!

Na de eerste espresso begint mijn voet al mee te tikken op de beat. Arggh! Maar na de tweede espresso wordt het echt vervelend. Ik type op het ritme van de bas, mij tenen tikken ritmisch mee en ook mijn hoofd kan ik niet meer stilhouden. ‘Malou, stop!’ Maar zelfs mezelf streng toespreken helpt niet meer. Tijd voor een drastisch besluit.

Opus – Eric Prydz

Ik haal mijn oordoppen tevoorschijn en binnen een paar tellen vervaagt de Coffee Company.  Langzaam komt de muziek binnen. Met elke beat, elke maat, elk akkoord verdwijnen alle negatieve gedachten uit mijn hoofd. Bij elke versnelling begin ik harder te typen, begint mijn hart sneller te kloppen en de energie te stromen. Wanneer ik mijn ogen sluit, sta ik weer met kippenvel tussen die duizenden feestende mensen. De opzwepende melodieën, de kleuren, het licht steeds feller, de beat steeds harder en sneller. Iedereen voelt de climax komen, we staan klaar om te springen, te zweven, te vliegen. En dan valt alles samen op de dansvloer en verdwijn ook ik in A state of trance.

Wanneer ik mijn ogen weer open, is mijn hoofd helder en de rust wedergekeerd in de Coffee Company. De zon verlicht de Ebbingestraat en een warme gloed valt over mijn net gebrachte espresso. Ik kan me niet eens herinneren dat ik nog een espresso besteld heb, maar het kan me niks schelen. Bij het ruiken van de cafeïne en met op de achtergrond de steady beat van Prydz beland ik al gauw in een heerlijke state of Coffee.

Bakkie doen?

‘Dus u zoekt iets speciaals?’, vraagt de verkoper van de drankwinkel en hij wijst naar het nieuwe biertje, waar nog maar eentje van in het schap ligt. ‘Bakkie doen?’, zegt hij out of the blue. Ik kijk hem verontwaardigd aan. Nee, ik wil geen bakkie doen met jou. Ik ken je niet en ik ga niet zomaar met wildvreemde verkopers bakkies doen. Ik zoek gewoon iets speciaals! Omdat ik niet weet hoe ik er mee aan moet, pak ik het eenzaam in de schappen neergezette biertje en dan zie ik het. Op het biertje staat: ‘Bakkie doen?’. Oef! Het was gelukkig geen koffieaanzoek.IMG-20160210-WA0006

Met een raar gevoel in mijn maag begin ik de achterkant te lezen. ‘Een vol, krachtig bier met een goed aanwezig koffie aroma.’ Koffie en bier?! NEE! Hier was ik al bang voor. Ik haal diep adem en lees verder. ‘Deze koffie is vlak voor gebruik gebrand door het koffiestation. Verser kan bijna niet!’ Slik! vers gebrande koffie die regelrecht in het bier wordt gegoten. Wat zonde! Geef die koffie liever aan mij in plaats van dat bierwagens worden volgetankt met deze zwarte benzine bij het zogenaamde koffiestation.

De verkoper wacht ondertussen op mijn besluit, maar ik sta perplex na wat ik heb gelezen. ‘Hebt u het zelf al geproefd?’, vraag ik vertwijfeld. Nee, daar had hij dan nog geen tijd voor gehad. Lekker is dat! Wel mij deze onmogelijke combi aanprijzen en ondertussen geen idee hebben wat hij zijn klanten aandoet! Ik moet toegeven dat hij wel een goede verkoper moet zijn, want hij heeft het hele schap al leeg verkocht. Al hoewel… Het kan natuurlijk ook zo zijn dat hij nog niks heeft verkocht en telkens net doet alsof het schap leeg is terwijl hij ondertussen de hele voorraad nog achter heeft staan. Daar ga ik maar niet vanuit, want dat zou wel heel sneu zijn. Ik besluit hem te helpen en neem het biertje. Speciaal is dit biertje sowieso en ik wil niet dat hij nog meer slachtoffer maakt met z’n verkooppraatjes.

Ondertussen staat het biertje al een week in mijn koelkast te wachten op het grote moment, terwijl ik me steeds meer begin af te vragen hoe iemand aan deze combinatie komt. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat de uitvinder met een zware kater per ongeluk bier in het koffiezetapparaat heeft gegoten en vervolgens na enkele zeer bijzonder smakende espresso’s iets te vrolijk zijn vriend uitnodigt met de vraag:  ‘bakkie doen?!’

 

 

 

 

koffieverdoving

Maandagochtend. De perfecte ochtend om heerlijk uit te slapen, ontbijtje op bed en daarna rustig te schrijven in de Coffee company. Espresso erbij, tosti en uitzicht op de door de zon verlichte binnenstad. Nou ja, dat zou de ideale setting zijn. Ware het niet dat ik al om tien voor negen bij de Tandarts moest zijn. Op mijn vrije dag en nog wel de maandag! Arggh!

En voordat ik het doorheb, ben ik compleet platgespoten, flink doorboord en kom ik al om half tien verkleumd en uitgeblust aan bij de Coffee company. Als mijn mond al niet half open hing van de verkoudheid, dan nu wel van de verdoving. Wanneer ik een plekje bij het raam heb gevonden, loop ik naar de bar en bestel als een volwaardige Donald Duck mijn welverdiende espresso. De barista zal wel denken, die heeft een zwaar weekend gehad.

Qua wallen helpt de espresso gelukkig al snel. De zon begint te schijnen en krijg al wat meer kleur op mijn wangen. Mijn kiezen voel ik gelukkig niet. Nou ja, eigenlijk voel ik sowieso weinig. Maar dat had ik beter niet kunnen zeggen. AU! De tandarts heeft niet stilgezeten zeg! Natuurlijk, hij zei wel dat ik het eventueel kon voelen, maar hij heeft niet gezegd hoeveel ik zou voelen! Wat nu?!

Meer koffie! Dat is de oplossing. Met voor mijn gevoel enorme hamsterwangen loop ik richting de barista. ‘Espwwesssoo gwaag. Dubbewww’. Ze kijkt me aan alsof er een reuzenhamster voor zich staat. Tja, Malou is de naam en de tandarts is de schuldige. Ik twijfel of ik niet een ristretto moet gaan bestellen om mezelf maar met genoeg koffie te verdoven, maar ik laat het bij de espresso. Gelukkig zorgt deze voor een fijne koffieverdoving, waardoor ik rustig de middag in stuiter.

Hatsjie!

Mijn mond hangt open, mijn oren zitten potdicht en met waterige ogen loop ik de Apotheek binnen. Ook al is mijn neus compleet dichtgemetseld, toch ruikt hij precies waar de zakdoeken liggen, de neusspray en de paracetamol. En zonder na te denken verdwijnt alles in mijn mandje.

Bij de kassa groet ik met een nasaal ‘hoedemohen’ de kassière. Mijn ochtendgroet echoot lang na in mijn hoofd waardoor ik de wedergroet volkomen mis. Ik leg mijn verzameling artikelen één voor één neer op de loopband. De kassière kijkt me onderzoekend aan, twijfelt geen moment en zorgt voor een tweede kassa erbij. Ik kijk haar schaapachtig aan. Ik heb 3 artikelen, meer niet. Dat zou niet voor problemen moeten zorgen toch? Maar blijkbaar mis ik iets….

Ze pakt de neusspray en scant deze zo voorzichtig af dat ik m’n best moet doen om geen rubberen wegwerphandschoenen te halen voor haar. De paracetamol gaat al net zo voorzichtig. Ik begin langzaam door te krijgen waarom die tweede kassa nodig was. De zakdoeken zijn blijkbaar het lastigst. Ze haalt zo voorzichtig tussen duim en wijsvinger de zakdoeken door de scan, dat het lijkt alsof ik ze al heb gebruikt voordat ze zijn afgerekend. Nu moet ik toegeven, ik kan wel een zakdoek gebruiken op dit moment, maar om nu gebruikte zakdoeken op de toonbank te leggen gaat me iets te ver. Ik probeer de neusstroom tegen te houden en maak een geluid dat klinkt als een walrus. Geschrokken en met grote ogen staart de kassière me aan. Ik probeer haar blik te ontwijken.

Ze kijkt me aan alsof er één grote bacterie voor haar staat en ze zet bewust een stap naar achteren. Het pinapparaat houdt ze met haar arm gestrekt naar mij toe. ‘Hontant Hraagh’ zeg ik en de inhoud van mijn hoofd trilt gezellig mee. En met dezelfde voorzichtigheid als de zakdoekjes neemt ze mijn briefje van €10,00 aan, alsof ze bang is dat de bacillen haar gaan bespringen ofzo. Ik pak mijn artikelen en wacht op mijn wisselgeld, dat als een kundige Zwarte Piet in mijn hand gestrooid wordt. Als ik mijn neus op kon halen, was dit het moment geweest. Ik durf niet eens meer het bonnetje te vragen, uit angst dat deze als een gevouwen vliegtuigje naar me toe gevlogen wordt.

En zonder tasje, zonder bonnetje maar met mijn neusspray, paracetamol en zakdoekjes groet ik de kassière met een hard ‘HATJIE’ en slenter opgelucht de Apotheek uit.